...ik weet nog hoe het was...

Fotoalbums

Extra: foto om uit te printen

Stuur uw eigen foto's op!

Fotoalbum lezersfoto's

Over deze site

Een breekbare schat in vijf wijnkistjes

Enkele jaren geleden ontdekte het Limburgs Museum een collectie glasnegatieven in Amsterdam. Het waren prachtige opnames gemaakt in de jaren dertig door heel Limburg: van noord tot zuid, in steden en dorpen, van landschappen en mensen. Een belangrijk deel van de verzameling wordt nu voor het eerst gepresenteerd in de tentoonstelling Dit dorp, ik weet nog hoe het was… (meer)

Zoek op 'Dit Dorp'

Dit Dorp...

« Toen Woodstock naar M…

Wiel, Mia, Piet, Toos, Lies, Thea, Sjef, Nellie, Jan, Henk, Tjeu, Rika, Wilhelmien, Paul, Jack en Carien


Met z'n zestienen waren ze, met z'n zestienen zijn ze nog steeds. Acht jongens, acht meisjes. De kinderen van Tjeu en Lies Knapen uit Nederweert, inmiddels samen goed voor bijna duizend jaar op de teller. Hoe reilde en zeilde het in zo'n bovengemiddeld groot gezin uit de tijd van het Rijke Roomse Leven?


door Guus Urlings


Jan Knapen (62) kijkt zelf een beetje verbaasd als hij het optelsommetje maakt. "Ons mam is dus zestien keer negen maanden in verwachting geweest... Of eigenlijk zeventien keer, want er was nóg een kindje dat helaas maar een half uur geleefd heeft. Zoiets kun je je tegenwoordig niet meer voorstellen, toch?"
Niet echt, nee. En al waren grote gezinnen in vooroorlogs katholiek Limburg veel 'gewoner' dan nu, een gezin met zestien kinderen was zelfs voor die tijd uitzonderlijk. "Hoewel... Mijn moeder kwam zelf óók uit een gezin van zestien."
De Knapens zijn Nederweerts in hart en nieren. Vader en moeder waren er allebei geboren en getogen, alle zestien kinderen zijn er op de wereld gekomen en opgegroeid, en op één na - oudste zus Mia woont in Sittard - zijn ze er ook gebleven.

Wie het telefoonboek openslaat, komt in Nederweert en omgeving nog veel méér Knapens tegen. Dat is lang niet allemaal directe familie van elkaar. "Maar het was en is wel eens verwarrend. Als je je hier voorstelde als 'Knapen', dan was het vaak: Knapen? Welke Knapen? Dan zeiden we: die van die hoop kinderen. Dan wisten ze het meteen. Of: van Wienders. Die naam kenden ze ook wel. Bijna iedereen in Nederweert had een bijnaam, en Wienders was de onze. Geen idee waarom, maar het moet al uit de tijd stammen van onze grootouders van vaderskant."
Jan Knapen is nummer negen in de rij van zestien - "Met mij begonnen ze aan de tweede helft, zeg maar..." - van wie de oudste inmiddels 72 en de jongste 50 is. "Als mijn oudste zus Mia begin volgend jaar haar verjaardag viert, zijn we met z'n zestienen samen op de kop af duizend jaar." Feestje? Natuurlijk. Daar houden de Knapens wel van.

Vroeger ook al, trouwens. Hoewel het leven toen, zeker als je het door hedendaagse ogen bekijkt, lang niet altijd een feest was. Jan: "Het was geen vetpot. Pap en mam hebben altijd moeten ploeteren, passen en meten, altijd geprobeerd om van niet veel toch nog een heleboel te maken. Dat lukte altijd, op de een of andere manier. Ook al omdat we met z'n allen altijd een heel hechte club zijn geweest."
Was het de bedoeling van zijn ouders, zo'n groot gezin op de wereld zetten? Wat is opzet? Tjeu en Lies Knapen hielden van elkaar, en zeker in die tijd gingen de dingen dan zoals ze gaan. Met enige aansporing van de pastoor. Theo Engelen, hoogleraar historische demografie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, noemde de verhalen over pastoors die bijna dwingend kwamen informeren 'of er nog niets op komst was' onlangs "een mythe", die niet door wetenschappelijk onderzoek onderbouwd is. Een mythe? Jan Knapen weet absoluut zeker dat meneer pastoor zich in Nederweert wel degelijk met de voortplanting van zijn schapen bemoeide.

"Pap en mam hebben het daar vaker over gehad, dat er op gezette tijden een geestelijke op de stoep stond met de boodschap 'dat er toch maar weer eens een kleine moest komen'. Ik weet ook dat ze het wel eens over de 'kerkgang' hadden die vrouwen vroeger na de geboorte van een kind moesten maken. Een soort reinigingsritueel. Ik weet dat mijn moeder dat een paar keer heeft ondergaan, en dat mijn ouders dat bijzonder vernederend vonden. Eerst wilden ze dat je een kind kreeg, en als het zover was, heette je plotseling 'onrein' en moest je helemaal achterin de kerk gaan zitten wachten tot je weer in genade werd aangenomen..."

Soit. Het grote gezin wás er.
En wie erin opgroeide, vroeg zich - zeker in de vooroorlogse jaren - niet af of het misschien ook anders gekund had. Sterker nog, zegt Jan Knapen, als hij op zijn jeugdjaren terugkijkt, zou hij er niets van hebben willen missen. In zijn verhaal spelen warmte, geborgenheid, saamhorigheid en gezelligheid de hoofdrol.
"Je was op elkaar aangewezen. De ouderen hielpen mee bij het opvoeden van de jongeren. Dat moest wel, anders was het voor mijn ouders onbegonnen werk geweest, maar het gebéurde ook gewoon. Iedereen vond dat heel normaal."

Zoals ook iedereen het heel normaal vond dat de oudere kinderen, zo gauw ze aan het werk gingen, hun inkomsten afdroegen aan de huishoudkas. "Dat was regel. De jongens hebben allemaal de ambachtschool gedaan, de meisjes bijna allemaal de huishoudschool. Als ze daarna aan de slag gingen, was hun loon een deel van het gezinsinkomen. Tot een jaar voor ze gingen trouwen, dan mochten ze gaan sparen voor de uitzet. Die bijdrage van de kinderen was gewoon hard nodig. Mijn vader heeft altijd bij een boomkweker gewerkt. Dat was geen vetpot, ook al heeft hij altijd hard gewerkt, heel veel overuren gemaakt. Natuurlijk was er de kinderbijslag, maar ook daarmee kon je in zo'n groot gezin de touwtjes vaak nauwelijks aan elkaar knopen. Ik weet nog dat op een gegeven moment de drie oudste jongens, alle drie medekostwinners, tegelijkertijd in militaire dienst zaten. Nou, toen werd het écht krap. Een zware tijd voor pap en mam."

Alleen al aan het voeden van de hele batterij hongerige monden had moeder Knapen zo ongeveer een dagtaak. "We hebben nooit een echt groot huis gehad", zegt Jan, terwijl hij in het familiealbum bladert en foto's laat zien van de inderdaad bepaald niet uitbundig geproportioneerde panden die het gezin in de loop der jaren onderdak hebben geboden. "Maar waar we ook woonden, de keuken was steeds zo groot dat je er bij wijze van spreken met paard en wagen in kon ronddraaien. Want dáár was het centrum van ons gezinsleven."
In die keuken stond ons mam ontelbare uren achter de potten en pannen. "Ze kon toveren", zegt Jan met nauwelijks verholen bewondering. "Als je zag wat zij allemaal op tafel wist te brengen met de simpelste middelen... Ze zou een Michelinster verdiend hebben, zeg ik altijd." En behalve kwaliteit moest er ook kwantiteit geleverd worden. Want zestien kinderen die voor iedere maaltijd aanschuiven op de banken - "Handiger dan stoelen als je met zovelen bent." - rond de enorme keukentafel, kunnen het een en ander wegwerken. "Er sneuvelden elke dag toch wel vier broden. Vlees? We hadden zelf - zoals veel mensen in die tijd - altijd wel wat varkens, kippen, konijnen. En als die op waren, dan was er braadworst. Die was goedkoop. We moeten met z'n allen in die tijd kilometers braadworst verstouwd hebben..."

'Behelpen' was in het gezin Knapen het toverwoord.
"Nou, behelpen klinkt misschien wat negatief, We deelden alles, maakten overal het beste van. Zowel de jongens als de meisjes sliepen met z'n drieën in één bed. Meer ruimte was er niet. Maar zoiets als centrale verwarming was toen nog toekomstmuziek, en in de winter was het wel knus en warm, samen onder de dekens. Kleding en schoenen werden van oud naar jong, het rijtje af, overgedragen tot ze helemaal óp waren. Hygiëne? Een bad of een douche kenden we niet. De ouderen wasten zich met een teiltje water, de jongeren gingen allemaal in de kuup. Als de eerste lichting klaar was, ging mijn moeder met een schuimspaan over het water om het vuil er af te halen, een plens heet water erbij, en de volgende ploeg kon erin... Als je dat tegenwoordig vertelt, zie je mensen huiveren. Maar er is bij ons nooit iemand ziek van geworden. Áls er eens iemand ziek werd, dan was er één vaste remedie: suikerwater. En dat hielp nog ook..."
Nee, een luxe leven was het zeker niet. "We kenden geen luxe, wisten niet wat het was, hadden er dus ook geen behoefte aan. Luxe, dat was de puddingvlaai die mijn moeder bakte. Zelf noemde ze dat lekker vlaai. Het recept heeft ze met potlood bijgeschreven in het kookboek dat ik van haar geërfd heb, dat ik nog steeds koester. Luxe, dat waren voor ons de twee karamelle die we 's zondags na het eten kregen. En de grootste luxe die wij kenden: als je achttien werd, kreeg je een nieuwe fiets. Daar moesten mijn ouders lang voor sparen, maar iedereen kreeg er een. En de oude fiets ging dan weer naar een jonger broertje of zusje, natuurlijk."
Weinig luxe, veel gezelligheid. Dat is de beknopte samenvatting van de jeugdherinneringen van Jan Knapen. "We hadden alleen maar een oude radio. Voor de rest vermaakten we ons met kaarten, met spelletjes. En met buurten. Er werd in die tijd heel veel gebuurt, over en weer. Waar zie je dat nog? Ik weet dat er bij ons vroeger altijd wel aanloop was. Een zoete inval, zeg maar. Vooral dankzij ons mam. Die máákte het altijd gezellig. Met Sintermerte zorgde ze voor erwtensoep en wafels. Dat wist iedereen in de buurt... Tijdens de jaarwisseling hadden we soms veertig, vijftig man in de tent. Met Sinterklaas, met Pasen, met Kerstmis, er was altijd wel iets. Iets kleins, iets eenvoudigs, maar het wás er. En we waren er blij mee."
Wiel, Mia, Piet, Toos, Lies, Thea, Sjef, Nellie, Jan, Henk, Tjeu, Rika, Wilhelmien, Paul, Jack, Carien.
Mam en pap Knapen zijn inmiddels overleden - mam in 1977, pap in 1987 - maar hun zestien kinderen zijn er nog steeds. En de hechte onderlinge band is óók gebleven. "We vieren nog steeds samen alle verjaardagen. In ploegendienst: vutters en gepensioneerden overdag, de rest 's avonds. Want allemaal bij elkaar in één huiskamer, dat wordt érg vol. En om de twee jaar hebben we op de tweede zondag van juni de Wiendersdaag. Dan komen we met z'n allen bij elkaar. Daarvoor moeten we wel een feestzaal afhuren, ja. Want inclusief onze kinderen en hún kinderen plus aanhang zijn we dan toch al gauw met zo'n 150 personen. Wat we dan doen? Gewoon bij elkaar zijn. En verhalen vertellen. Verhalen over pap en mam, over vroeger en nu. Meer is niet nodig. Dan bloeit vanzelf de gezelligheid van vroeger weer op."

Ik ben nummer 7 van de Knapen familie.
Goed verwoord broertje Jan.
sjef knapen (Email) - 21 02 09 - 00:17

Zou ik de foto van jullie gezin mogen gebruiken voor de Facebookgroep Je bent pas Nederweertenaar als je … Is er een groter exemplaar beschikbaar? Ik zal er ook een leuk commentaar bijzetten want het artikel hierboven biedt voldoende stof.
Henry Gruijters (Email) (URL) - 24 05 13 - 18:55

  
Persoonlijke info onthouden?

Emoticons / Textile

De volgende handeling is nodig om geautomatiseerde spam in reacties te voorkomen.
 

  (Register your username / Log in)

Kattebel:
Verberg email:

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of email-adres in te typen.